Aan de buitenrand, aan de einder van haar beeld, is een wereld die zich ’s nachts laat zien. Bevolkt door wezens die haar doen herinneren. Die vragen zonder te spreken. Spreken zonder te vragen. Het zijn reizigers in tijden van diepgang. Forenzen vanachter de horizon. Bewoners van the Cloud. Dagvaarders. Nachtvaarders.

Opdoemende bergen van vergetelheid. Het pad verzandt. De gang vertraagd. In de onbewogen lucht drijven wolken als schepen, geladen met kronieken. Nachtvaarders wuiven vaarwel. Aan de einder doemen nieuwe schepen op. Dagvaarders hijsen de zeilen die bollen, vallen, vergaan. De lading schuift, het verleden mort. De vaarders verzwaren de kronieken, teneinde de kalmte in het weer te wiegen.

Achter haar, in het onzienlijke, ligt een verborgen baai. Nevels verhullen het krakende plankier. Het water klotst en wacht.
Wacht op haar als het schip langszij komt en zij zich in de kronieken voegt.

#ikniet